Natuur
Leave a comment

Namibië, het land van zand

Namibië is genoemd naar z’n woestijn, daarmee weet je meteen hoe het land eruitziet. Hadden onze dorpsoudsten hetzelfde idee gehad, we hadden ‘Verkavelingië’ geheten. De Namibwoestijn is de oudste woestijn ter wereld en een van de grootste trekpleisters van dit Afrikaanse land. Rond Sossusvlei zie je het ene mooie beeld na het andere. Hoge zandduinen, hier en daar een eenzame oryx of springbok. De duinen die paars, roze, oranje, rood kleuren bij zonsopkomst en zonsondergang. De woestijn is prachtig om te zien.

Een springbok graast in de zandduinen van de Namibwoestijn in Namibië.

Geen kat te zien, enkel springbokken.

Een processie van Echternach op Dune 45

Dune 45 beklimmen voor zonsopkomst is een klassieker. Het heeft iets om in het donker naar de duinen te rijden en die gigantische berg zand te beklimmen. Voor de dappersten aller reizigers is het uiteraard een makkie, maar vergis je niet: het is redelijk frustrerend om 3 stappen te zetten en onmiddellijk 2 stappen terug te zakken in het zand.
Geef niet op, uiteindelijk zak je uitgeteld neer in het zand en zie je de zon opkomen boven de woestijn. En dan voel je je maar weer mooi one lucky bastard.

De surrealistische aanblik van Deadvlei

De kans is klein dat je naar Namibië gaat en weer naar huis vertrekt zonder Deadvlei te zien. Deze plek vlak bij Sossusvlei staat al meer dan een half millennium vol met dode bomen, zwartgeblakerd door de zon. Gek genoeg vergaan ze net door de droogte niet volledig.
Onze tip: raak ze niet aan, of de kans is groot dat je je de uren erna kan amuseren met het verwijderen van splinters uit je hand.

De dode, zwartgeblakerde bomen van Deadvlei in de Namibwoestijn in Namibië.

500 jaar dood en still standing tall.

Terug onder de mensen in Swakopmund

Je bent nog steeds in de Namibwoestijn wanneer je Swakopmund binnenrijdt. Dit is een van de weinige plaatsen op aarde waar de woestijn rechtstreeks overgaat in de oceaan. Namibië is een Duitse kolonie geweest, maar straatnaambordjes à la ‘Bismarck St’ blijven toch een beetje vreemd. Jolijn was het laatst in Swakopmund in 2009. Toen was het een slaperig dorp met enkele hostels. Vandaag is Swakopmund een hip stadje, met mooie boetiekhotels, koffiebars en restaurants.  Smacht je na de woestijn naar een deftige koffie, ga dan langs bij Slow Town Coffee Roasters. ’s Avonds is The Tug een aanrader, met zicht op zee.

De zee op of terug het zand in?

Swakopmund is de perfecte uitvalsbasis voor wie zijn tripstick graag aan het werk zet. Heb je nog niet genoeg gekregen van zand, dan is het sandboarden een enorme aanrader. Het is redelijk primitief om op een houten plank een gigantisch hoge duin af te sjezen, maar oh zo leuk! Ga de andere kant op richting zee en spot dolfijnen, pelikanen, zeehonden en reusachtige maanvissen.

Wie zijn neus niet ophaalt voor spinnen, slangen en hagedissen, trekt de woestijn in op zoek naar de ‘little five’. Wie liefst ook ’s avonds levend naar zijn hotel terugkeert, doet zo’n tocht best in het gezelschap van een gids.

Een adder kruipt vliegensvlug door het zand van de Namibwoestijn in Namibië.

Zo ‘little’ zijn die five niet hoor.

Cape Cross: niet voor gevoelige zieltjes (of neuzen)

Wie wil, kan een ommetje maken naar Cape Cross en daar een gigantische kolonie Kaapse pelsrobben ‘bewonderen’. Het hele jaar door kan je er zo’n 80.000 zien, maar in november en december, wanneer de jongen worden geboren, groeit de kolonie soms wel aan tot meer dan 200.000 dieren. Het is een overweldigend zicht. Veel jongen sterven al snel en de geur is er dan ook niet te harden. Langer dan een half uur kan je het waarschijnlijk niet volhouden op deze rots vol krioelende robben.

Een gigantische kolonie Kaapse pelsrobben ligt op het strand bij Cape Cross in Namibië.

Benidorm op een zonnige dag in juli.

Op de weg van Swakopmund naar Cape Cross kom je trouwens een van de vele scheepswrakken tegen waaraan de Skeleton Coast zijn naam dankt.

Een scheepswrak aan de Skeleton Coast in Namibië.

De avond na het feestje was niet enkel de stuurman een wrak.

Sterren tellen bij Spitzkoppe

Na Swakopmund rij je opnieuw de leegte in. Onderweg naar Spitzkoppe voel je weer dat je in Namibië grotendeels op jezelf bent aangewezen. Je ziet de granieten berg in de Namibwoestijn al van ver uittorenen boven het vlakke landschap. Om je heen is zo goed als niets. Slapen doe je ‘in het wild’. Onze aanrader: neem je matje en slaapzak en breng de nacht door op de kale berg, onder de sterrenhemel. Een fantastische ervaring. Tenzij de ‘little five’ je vergasten op een bezoekje.

De magnifieke sterrenhemel bij Spitzkoppe in Namibië.

Bijna jammer om in slaap te vallen met zo’n zicht.

Beestjes spotten in Etosha

Na de stilte van de bergen ga je naar vlakten vol leven. Van zonsopkomst tot zonsondergang kan je zelf rondrijden in het Nationaal Park Etosha. Wij zijn maar 2 dagen in Etosha geweest, en zelfs op die korte tijd zie je onwaarschijnlijk veel dieren. Springbokken lopen voor de auto, silhouetten van giraffen tekenen zich af tegen de horizon, leeuwen liggen lui in de schaduw, olifanten overdonderen je met hun grootte, hyena’s lopen dreigend voorbij (dat kunnen ze echt) en van zebra’s kijk je al snel niet meer op want die zijn echt wel met heel veel.

Een giraffe in het Nationaal Park Etosha in Namibië.

Handig, zo’n lange nek. Als er bomen zijn tenminste.

Wie op korte tijd veel dieren wil zien, gaat best in het droge seizoen naar Namibië. Dan komen alle dieren samen op de weinige plekken waar er water is. Niet toevallig is dat vaak bij de lodges. Met een beetje geluk zie je dan olifanten, leeuwen en neushoorns op amper honderd meter van je hut. Wie liever een beetje op zoek gaat naar de dieren komt in het natte seizoen. De kans dat je alle dieren te zien krijgt, is nog steeds groot, alleen zal je er soms nét iets langer voor moeten rijden.

4 springbokken lopen voor de auto uit in Nationaal Park Etosha in Namibië.

Toen de tandarts het stuur overnam, was er al snel genoeg vlees voor op de barbecue.

We gaan er niet flauw over doen, de laatste keer dat we zo’n leuke tijd hebben gehad in een zandbak waren we 6 (Jolijn) en 26 (Jesse).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *