Latest Posts

Een paar tropische planten, een blauw geschilderde gevel, en een uitzicht. Een van de vele charmante hoekjes in Alte in de Algarve (Portugal).

48 uur lente in de Algarve

Lente in de Algarve, en 48 uur om daarvan te genieten. Niets voorbereid, geen reisgids mee. Op goed geluk op ontdekking!

Zaterdag marktdag in Loulé

In het gezellige stadje Loulé (dat spreek je uit als Lolé) is het elke zaterdag markt. Begin april was het er niet echt een drukke bedoening, maar in de zomermaanden trekken er blijkbaar busladingen toeristen naartoe. Dat is misschien een tikje overdreven, want het leek ons eerder een ‘gewone’ markt. Fruit, groenten, kaas, geborduurde keukenhanddoeken, vers gevangen vis … Niets om van achterover te vallen (tenzij in die hangmat die je er op de kop tikte) maar rondslenteren op een markt is altijd wel leuk.

De smalle straatjes van Loulé in de Algarve worden opgevrolijkt door felgekleurde huisjes.

Loulé kleurt je dag.

Zoek je wat verkoeling, dan is de kleine Jardim dos Amuados een fijne plek om even op een bankje onder palmbomen en ander tropisch gebladerte te zitten. Fans van oude kerken en forten weten hier ook wat te doen. De zaterdagmarkt gaat trouwens door tot in de smalle straatjes van het oude stadsgedeelte, met kraampjes met artisanale confituur en ambachtelijk gemaakte spulletjes.

Albufeira, best links laten liggen

Albufeira, het Chersonissos van de Portugese kust. Ga er alleen naartoe als je gek bent op neonverlichte kebabzaken, al even ongezellige pizzeria’s, en Irish pubs afgewisseld met karaokecafés. Ja, er is ook een groot zandstrand maar dan kan je beter naar de kust van Portimão trekken of op zoek gaan naar de kleine verborgen strandjes van de Algarve.

Een zicht op de blauwe oceaan aan het einde van de tunnel in Albufeira in de Algarve (Portugal).

Licht aan het einde van de tunnel. Of licht beschonken, na al die Irish pubs.

De schaduwen van Silves

De beslissing om op het vliegtuig richting de Algarve te stappen, viel 24 uur voor onze vlucht. Onze voorbereiding was onbestaande dus we hebben een interessante tactiek toegepast: in de auto at random de bruine pijlen volgen die toeristische bezienswaardigheden aanduiden.
Rijden in de Algarve is trouwens echt een plezier. De autosnelwegen liggen er perfect bij, en bijna niemand lijkt ze te gebruiken. Op de kleinere wegen rij je tussen pijnbomen, sinaasappelvelden, en olijfbomen.

Een herder met z'n kudde schapen op een verlaten weggetje in de Algarve (Portugal) bij zonsondergang.

Deze bende blijft best uit de buurt van die kebabzaken in Albufeira.

Met hier en daar dus een bruine pijl. Zo rijden we richting Silves. Op die pijl staat een kasteel of burcht afgebeeld. Er staat inderdaad een kasteel, hoog op de heuvel, en dat zou de moeite zijn maar helaas: de toegangspoort wordt gesloten nét wanneer wij ervoor staan.

Een oudere man op wandel in de smalle straatjes van Silves in de Algarve (Portugal).

Het probleem met heel verlaten dorpjes: als er dan al eens iemand voor je wandelt, voel je je al snel een stalker.

Silves is een typisch Portugees dorpje: smalle, verlaten straatjes, kleurrijk geschilderde huisjes, en overal planten die voor de mooiste schaduwen zorgen op de afgebladderde muren. Het gaat wel best bergop en bergaf, dus het voorjaar is misschien een tikje aangenamer dan in de hitte van de zomer.

Twee tropische planten die je vaak tegenkomt in de Algarve in Portugal.

De Algarve, prima plek voor liefhebbers van het betere plantenwerk.

Wandelen langs de kliffen van Portimão

Portimão is, na Faro, de tweede grootste stad van de Algarve. De stad heeft een paar totaal verschillende kanten. De gps zette ons af in het ‘centrum’. We wandelden even over de boulevard langs het water, in de richting van de jachthaven, en doken daarna de straatjes in. Alleen, daar was niets. Het aantal verloederde huizen en de enorme leegstand drukten ons met de neus op de feiten: Portugal voelt de crisis.

De kliffen en het strand van Portimão in de Algarve (Portugal).

Moesten we nog postkaartjes sturen, de kans is groot dat ze er zo uitzien.

Op zoek naar een andere kant van Portimão rijden we richting de oceaan, tot aan Praia dos Três Castelos. Wát een uitzicht. We wandelen een heel eind langs de kliffen, waar je elke 10 meter wel de neiging hebt om stil te staan en het uitzicht in je op te nemen. Her en der zijn trappen naar het strand. Langs het water wandelen we tot aan Praia da Rocha. Daar nemen we de trap terug naar boven en krijgen we een beetje de Albufeira-vibe: foute souvenirwinkeltjes en restaurants die je niet meteen uitnodigen om er binnen te wandelen. Een wandeling langs de kliffen en op het strand is zelfs op een wisselvallige aprildag echt de moeite, maar naar een leuke eetplek zijn we nog steeds op zoek.

Zondagsrust in Faro

In Faro hebben we alleen maar zondagmiddag tijd doorgebracht en dat verklaart misschien waarom er helemaal niets te doen of te zien was. Het kleine historische centrum heeft een paar pittoreske plekjes, maar in de rest van de stad is het heel stilletjes. Dat kan natuurlijk gewoon betekenen dat Portugezen hun zondagse quality time appreciëren en daar kunnen we moeilijk iets tegenin brengen.

Een kerk in het oude stadscentrum van Faro in de Algarve (Portugal).

Na dit verlaten pleintje kwamen we in een lege straat, nog een lege straat, en dan opnieuw op een verlaten plein.

Wandel naar de jachthaven en kijk uit over de bootjes en de vliegtuigen die laag boven het water over komen vliegen. Spelletjesfans kunnen gaan voor ‘spot de ooievaar’. De toppen van lantaarnpalen, kerken, en andere gebouwen in Faro zijn duidelijk een prima thuis voor die sierlijke beestjes.

Alte, hoogtepunt van de Algarve

We zijn maar 48 uur in de Algarve geweest dus dit is misschien een gewaagde uitspraak maar Alte (dat spreek je uit als Alt) staat volgens mij sowieso in de top 3 van mooiste plekjes van de Algarve. In dit kleine dorpje met witte huizen, smalle kasseistraten en mooie uitzichten volgden we de pijltjes naar ‘fontes’, de bronnen. Na een korte wandeling door het dorpje kom je aan een langzaam stromend riviertje. Begin april hadden we er alleen het gezelschap van een aantal ganzen en eenden. Het is een heel fijne plek om even uit te blazen. Wandel je nog wat voort, dan kom je bij een kiosk. Koop daar een ijsje of drankje en zet je aan het water. Een van de mooiste momenten van ons weekend.

Een paar tropische planten, een blauw geschilderde gevel, en een uitzicht. Een van de vele charmante hoekjes in Alte in de Algarve (Portugal).

Kijk, zo zien knusse hoekjes eruit.

 

Ik ben naar de Algarve geweest samen met mijn fantastische vriendin Stephanie van Beetgraag, zij was uitgenodigd door Eliza was here. Deze keer dus geen pareltjes van foto’s van Jesse, maar dat maken we nog wel eens goed. Toch, Eliza? 😉

Een grote vitrinekast vol opgezette vogels in museum La Specola in Firenze (Italië).

2 atypische musea die je niet mag missen in Firenze

Firenze in la bella Italia. Waar je naartoe gaat om door smalle straatjes te slenteren, om gelato te eten op charmante piazza’s, en om naar Michelangelo’s David of de Ponte Vecchio te staren. Dat vinden wij ook allemaal prima, maar we zijn er ook naar 2 topmusea gegaan: La Specola en Museo Novecento. En die zijn heus niet alleen op een regenachtige dag de moeite.

La Specola: dieren (en mensen) uit lang vervlogen tijden

In tegenstelling tot de bekendste cultuurpareltjes van Firenze wordt La Specola niet bezocht door een massa toeristen. Toch moet je maar een stukje verder wandelen dan het Palazzo Pitti en de Giardino di Boboli, naar Via Romana 17. La Specola is een historisch zoölogisch museum en een van de oudste en grootste wetenschappelijke musea van Europa. Het opende de deuren in 1775, en zit vandaag nog steeds in hetzelfde gebouw. Best oldschool dus.

Een grote vitrinekast vol opgezette vogels in museum La Specola in Firenze (Italië).

Geen kat te zien. Enkel vogels.

Je krijgt er meer dan 5000 dieren te zien, opgezet en op sterk water. En dat is nog maar een fractie van hun collectie, die het gigantische aantal van 3,5 miljoen dieren telt. Van kasten vol ongewervelden wandel je richting vogels, vissen en zoogdieren. Het is onwaarschijnlijk om een kaartje dat aan een vogelpootjes hangt, te bestuderen en plots op te merken dat dat exemplaar al dateert van bijvoorbeeld 1856.

Een vitrinekast met verschillende soorten toekans en andere vogels in museum La Specola in Firenze (Italië).

Toekan het anders dan dat dit specht de moeite is.

Er staat zelfs een nijlpaard dat in de 17de eeuw nog heeft rondgelopen in de Giardino di Boboli. Bij sommige beestjes is het pijnlijk duidelijk dat de taxidermie nog in z’n kinderschoenen stond, of dat de taxidermist in kwestie het dier nooit in levenden lijve had gezien.

Het tweede deel van het museum is best opmerkelijk en niet aan te raden voor kleine kinderen of tere zieltjes. In La Specola ligt namelijk ook de grootste collectie ter wereld van wassen modellen van het menselijk lichaam. Die nagemaakte lijken werden voor anatomielessen gebruikt, zodat de studenten geen echte kadavers moesten gebruiken. Misschien een tikje ongemakkelijk om in rond te lopen omdat het zó goed gedaan is, maar denk eraan: het is gewoon was. En als het een geruststelling kan zijn: er zijn nog altijd ‘maar’ 10 kamers met wassen modellen, en 24 kamers met beestjes.

We moeten de machtige en steenrijke familie de’ Medici dankbaar zijn, want zij zijn destijds met deze gigantische verzameling begonnen. Opmerkelijk is ook dat La Specola tot de vroege 19de eeuw het enige museum was dat lijkt op de musea zoals we die vandaag kennen: toegankelijk voor het publiek.

Een aantal opgezette ongewervelden, een schildpad en een ongeïdentificeerde vogel in museum La Specola in Firenze (Italië).

Zeesterren en schildpadden bewaren nét iets makkelijker dan veren, zo blijkt.

We willen er nog eens naartoe, al was het maar om de Salone degli Scheletri, de ‘Hal der Skeletten’, binnen te geraken. Dat mag alleen op afspraak, en met een gids. (We begrijpen het als je ons na zo’n blogpost nu niet bepaald vrolijke mensen vindt.)

Museo Novecento: op ontdekkingstocht door de 20e eeuwse Italiaanse kunst

La Specola stond al op ons lijstje nog voor we in Firenze waren, het Museo Novecento hebben we pas ontdekt toen we ervoor stonden. Het bestaat dan ook nog maar sinds 2014.

Een zicht op de Piazza Santa Maria Novella door de glazen toegangsdeur van het Museo Novecento in Firenze (Italië).

Een blik op de Piazza Santa Maria Novella, waar je Museo Novecento vindt.

Het museum is volledig gewijd aan de Italiaanse kunst van de 20ste eeuw. We vonden het vooral interessant om rond te lopen in een museum dat niet de ‘usual suspects’ zoals Monet, Picasso, Van Gogh, … heeft hangen. Tussen de schilderijen, beeldhouwwerken, installaties en video’s zie je af en toe wel een bekende naam, zoals Lucio Fontana, maar voor de rest is het toch vooral een ontdekkingstocht tussen 300 veelal onbekende werken.

Een van de zalen van het Museo Novecento in Firenze (Italië).

Onder de glazen kokers aan het plafond kan je zelfs kunst hóren.

Een van de mooiste werken vind je helemaal bovenaan in het gebouw, op het overdekte dakterras. Daar wordt ‘The idea of Florence in cinema’ geprojecteerd. Het is een ongeveer 20 minuten durende aaneenschakeling van verschillende stukjes cinema, chronologisch van 1916 tot nu, allemaal gefilmd in Firenze. Zo herken je onder andere het meesterwerk La meglio gioventù. Ga er vooral even voor zitten, het is prachtig om de stad scène na scène te zien groeien en veranderen. En daarna: het echte werk!

Een zicht op weg 395 onderweg van Yosemite naar Death Valley in Californië (USA).

Eyes on the road dear: altijd onderweg

Onderweg zijn. Uit het kleine vliegtuigraampje kijken naar de wolken, de bergen, de zee. Wandelen van de ene kant van de stad naar de andere, over kruispunten, langs huizen, naast mensen. Uitkijken over de golven en speuren naar de horizon. Landschappen naast je zien voorbijglijden. Stoppen. Kijken. Altijd onderweg.

Roadtrippin’ in de USA

Wie ‘roadtrip’ zegt, zegt ‘USA’. In Californië en Nevada kom je het ene weidse vergezicht na het andere tegen, dikwijls met een heerlijk desolate weg voor je.

Onderweg in Californië zie je desolate wegen, gehuld in nevel, en verlaten huisjes langs de kant van de weg.

Onze ‘rustieke’ AirBnB sloeg een beetje tegen.

Of het nu in Big Sur is met z’n nevel en mist, onderweg van Yosemite naar Death Valley in een open vlakte vol lage struikjes of in Death Valley zelf met z’n kale heuvels.

Route 395, van Yosemite naar Death Valley in Californië (Verenigde Staten).

God switched his lights on.

Het uitzicht vanuit het raampje van een taxi, onderweg naar Manhattan, New York, met de skyline in de achtergrond.

En dan dat fantastische eerste zicht op de skyline van New York vanuit het raampje van de taxi …

Sharing is caring in Cuba

Geen gps, (bijna) geen pijltjes of duidelijke borden. Schaarse stopplaatsen langs de kant van de weg die je het liefst snel wil vergeten. De weg delen met ossenkarren, mannen te paard, fietsende kindjes en voetgangers. En tóch is onderweg zijn in Cuba een plezier. Je moet de weg wel delen, maar dan nog is het nooit druk. In Havana rijd je tussen gebouwen vol grandeur, daarbuiten zit je in de natuur. En, je bent altijd omringd door de mooiste classic cars.

Een muntgroene classic car onderweg naar Trinidad (Cuba).

In ’t groen.

Vanuit een rijdende auto op de Malécon in Havana (Cuba) kan je perfect achter die andere prachtige classic cars rijden.

Classic Havana.

Gemoedelijk Bali

Tel je de hoofdwegen van en naar de luchthaven met hun honderden taxi’s en scooters even niet mee, dan is onderweg zijn op Bali best gemoedelijk.

Zicht op een smal dorpsweggetje en een wandelpad door de natuur in de buurt van Marga (Bali).

This street is on fire. That girl is on fire.

De smalle, kronkelende zandweggetjes van Gili Air, behulpzame mensen die je de juiste weg wijzen in Marga, Absolut Vodka-flessen gevuld met benzine kopen langs de kant van de weg in Canggu, een kiezelweg inslaan en op een verlaten strand belanden in Bukit.

IJsland, waar we het vaakst gestopt zijn onderweg

Op onze rondreis door IJsland zijn we ongelooflijk vaak gestopt, of we nu in het noorden, zuiden, of oosten of westen zaten. Om de zoveel kilometer ziet het landschap er anders uit, en elke keer weer even overweldigend mooi. Het is een afwisseling van uitgestrekte lavavlakten, gletsjers, besneeuwde bergtoppen, kudden schapen, …

Een schaap in het midden van de weg in IJsland.

Nog 10 meter verder en we waren veggies af geweest.

En het mooie aan de zomer is dat je gewoon kan blijven rijden, het wordt toch niet donker.

Het landschap in de zomer, na middernacht, in de buurt van Stykkishólmur, op het schiereiland Snæfellsnes (IJsland).

Zomer, na middernacht, in de buurt van Stykkishólmur. Keep rollin’ rollin’ rollin’.

Door het Atlasgebergte in Marokko

In Marokko hadden we zó een chauffeur gevonden voor een uitstap naar het Atlasgebergte. De meeste mensen gaan richting Marokko voor een citytrip. Tijdens een rit van Marrakech naar het Atlasgebergte rijd je door een schitterend landschap, en je krijgt een blik op het leven dat zich buiten de grootsteden afspeelt. De combinatie van zandwegen en regen zorgde er wel voor dat onze voorganger slipte, 180 graden draaide en ons van achter z’n stuur plots recht in de ogen kon kijken. Kudos aan de snelle remreflexen van onze chauffeur.

Een zicht op de haarspeldbochten, onderweg van Marrakech naar het Atlasgebergte in Marokko.

Het Atlasgebergte is zoals Marrakech. Af en toe moet je je in bochten wringen, wil je ergens geraken.

Verrassende voorliggers in Namibië

Namibië zien, is kilometers malen. Wie een paar mooie plekjes gezien wil hebben, heeft al snel meer dan 1500 km op de teller staan. Tussen de stops door is het landschap soms urenlang hetzelfde. Dorre, uitgestrekte vlaktes, kale heuveltoppen, zand.

Een jeep onder een afdak in het indrukwekkende landschap van Namibië.

Het beste gerief staat onder een afdak, zeggen ze.

In Nationaal Park Etosha zijn de ritjes wel een belevenis. Je weet nooit wat er plots voor je auto opduikt.

4 springbokken lopen voor de auto uit in Nationaal Park Etosha in Namibië.

Opnieuw, bijna veggie af.

Onderweg zijn in Namibië is een avontuur. Denk er wel aan dat het met die afstanden, omstandigheden en bizar weinig mensen in de buurt sterk aangeraden is om een auto met een dubbele benzinetank te hebben en minstens één reservewiel. Vraag maar aan Jesse.

Thailand, alles eens proberen

In Thailand zijn we veel onderweg geweest. We hebben er gevlogen, gefietst, ki-lo-me-ters gewandeld, de (speed)boot genomen, meegereden met een tuktuk, achter op een brommer gezeten (en eraf gevlogen), en een lange busrit gemaakt. Behalve die brommer op Koh Yao Noi, ging dat allemaal even vlotjes.

De smalle en kleurrijke straatjes van Bangkok en Chiang Mai maken van onderweg zijn in Thailand een feest.

Misschien is het omdat het er zo kleurrijk is, maar onderweg zijn in Thailand is gewoon altijd gezellig.

Een jong meisje kijkt uit over de weg terwijl ze in een busje zit dat door Sukhothai (Thailand) rijdt.

We dénken dat dit busje van de plaatselijke groenteboer was. De andere helft lag namelijk vol boontjes, kool, aubergines, …

En als je ons nu wilt excuseren, it’s time to hit the road again!

Een Thaise man is een kleine boot aan het herstellen op het eiland Koh Yao Noi (Thailand).

Koh Yao Noi ahoy!

Koh Yao Noi, ‘klein lang eiland’, heeft z’n naam niet gestolen. In het midden van de baai van Phang Nga, tussen Phuket en Krabi, vind je een plaatsje dat de laatste decennia waarschijnlijk niet veel is veranderd en nog helemaal ‘echt’ aanvoelt. Zo echt dat we ons afvragen of we dit wel met onze miljoenen lezers mogen delen.

Om er te geraken, vlogen we van Chiang Mai naar Phuket. Van Phuket zagen we enkel de luchthaven. Meer hoefde niet. Van Phuket gingen we met de speedboot naar Koh Yao Noi, zittend tussen Thai die op het vasteland net een gigantische hoeveelheid inkopen hadden gedaan. Onderweg trok de hemel dicht en leerden we al snel hoeveel schuilplaats tegen de regen er is op een speedboot (geen).

Een verlaten scheepswerf op het eiland Koh Yao Noi (Thailand).

Koh Yao Noi heeft verlaten scheepswerven in plaats van hippe strandbarretjes en fancy restaurants.

Fietsen, wandelen, zwemmen, lezen

Koh Yao Noi verken je best met de fiets. Je rijdt langs rijstvelden, rubberplantages en palmbomen. Wandel richting het water en zie hoe vissers hun boten herstellen. Neem een duik in de zee, of schommel op het strand. Lees een boek onder een palmboom. Ga een dagje mee de zee op met een van de 3500 eilandbewoners.

De boeg van een boot in de buurt van Koh Yao Noi (Thailand).

Een zicht dat we wel gewoon kunnen worden.

Een boottocht naar de kleine stranden en baaien in de buurt is een leuke manier om een luie namiddag af te wisselen met een ietsie minder luie namiddag. We hebben even gesnorkeld maar zagen niet veel moois. Het weer was die dag niet super en de zee troebel. Dat, of het lag aan het feit dat we vlak voor de boottocht van een aftandse brommer zijn gevlogen en plots allebei in een gracht aan de kant van de weg lagen.

Dobberen in het water voor het eiland Koh Yao Noi (Thailand), met zicht op de kalkstenen rotsen in de verte.

Zo ziet de écht luie namiddag eruit.

In een hutje tussen de gekko’s en neushoornvogels

Er zijn op Koh Yao Noi vast ook wel resorts – we hebben toch iets gezien dat daar op leek, omringd door dikke muren – maar wij hadden het prima bij Pramot. Pramot is de enige politieagent van het eiland, en heeft zo waarschijnlijk een van de meest relaxte jobs ter wereld. Z’n vrouw en hij baten Tabeak Viewpoint uit, een aantal eenvoudig hutjes hoog op een heuvel (de evacuatiebordjes bij tsunamigevaar wijzen je wel de weg). Het zicht op de oceaan en de kalkstenen rotsen is prachtig.

Een Thaise man is een kleine boot aan het herstellen op het eiland Koh Yao Noi (Thailand).

Schepen herstellen, het lijkt ons een never ending job op het kleine eiland.

Ons hutje had geen warm water en de halfopen badkamer maakt dat eender welk nieuwsgierig beest kan binnendringen (waardoor we ons ’s nachts allebei wel kapot schrokken door de gekko die plots luid begon te roepen naast onze oren) maar dat paste er helemaal bij. Net zoals het koppeltje neushoornvogels dat we van op ons balkon konden bewonderen in de bomen.

Zeggen wilde feestjes bij volle maan je helemaal niets, en wil je gewoon een paar dagen tot rust komen op een mooi eiland met erg vriendelijke mensen, dan raden wij je Koh Yao Noi absoluut aan. Mocht je je toch thuis voelen tussen de ping pong shows van Phuket, wat doe je dan eigenlijk op deze blog?

Een schip op het droge in Olafsfjörður in het noorden van IJsland.

Het noorden van IJsland: zwavel, walvissen, en haring

Als Vík de ideale uitvalsbasis is voor het zuiden, dan is Akureyri dat voor het noorden van IJsland. Akureyri is na Reykjavík de grootste stad van het land maar met 18.000 inwoners bruist het niet bepaald van vertier. Wel leuk: eindelijk nog eens een plek met meer dan één restaurant!

Lekkers in Akureyri

Te & Kaffi (Hafnarstræti 91-93) is een gezellige koffiebar annex boekenwinkel waar je gerust een uurtje kan rondhangen, dat waren we sinds Reykjavík niet meer tegengekomen. Ook Restaurant Múlaberg in Hótel KEA krijgt een eervolle vermelding. We wandelen niet snel een restaurant in een hotel binnen, maar een vegetarische burger op het menu (die dan ook nog eens heel lekker is) blijft iets opmerkelijks in IJsland.

Wie durft de geur van zwavel aan?

Kom je van het oosten van het land en rij je richting Akureyri, stop dan even bij Hverir.
Het water dat in IJsland uit de kraan komt, heeft altijd een beetje de geur van rotte eieren, maar bij Hverir kijk je de zwavelbronnen rechtstreeks in het stinkende aangezicht.

Het zwavelveld Hverir in het noorden van IJsland.

De dag dat blogs met een geurtje komen, kunnen we de boeken toedoen.

IJsland is simpel gezegd gewoon één grote brok vulkanische activiteit, en dat merk je. Zelfs wanneer geen enkele vulkaan as of lava spuwt, borrelt het water en stijgen walmen op uit de aarde. Hverir is een groot zwavelveld, waarin verschillende borrelende poelen zwavelgassen vrijlaten. Jesse had er niet zoveel last van, ik kon alleen maar m’n sjaal zo ongeveer ín m’n neus duwen en dan nog is het een van de ergste geuren die ik ooit heb geroken.

Het zwavelveld Hverir in het noorden van IJsland.

Mooi maar stinkend.

Wie echt terug naar de auto wil spurten, blijft best op de paadjes want de poelen worden tot 200° Celsius en voor je het weet, maak je deel uit van een IJslands fonduepotje. Niet aangenaam.

Walvissen spotten bij Húsavík

Het noorden van IJsland is ideaal om walvissen het spotten, en al helemaal bij het plaatsje Húsavík. Wij zijn aan boord gegaan bij North Sailing, waar we een gigantisch thermisch pak aangemeten kregen. Volgens langbebaarde hipsters dé look van komende winter.

Een bultrug komt even boven water terwijl boten met nieuwsgierige toeristen rond hem liggen te dobberen.

Tussen de verschillende walvisbootjes paste nog nét een bultrug. Viel dat even mee.

Wanneer je nog maar net de baai uitvaart, is het meteen tijd voor de papegaaiduikers om zich van hun meest acrobatische kant te laten zien. Echte bosklappers spotten hier ook wel af en toe een jan-van-gent. Tijd voor je beste arendsoog dus. Het is moeilijk te omschrijven welke spanning je precies voelt tijdens de boottocht. Je zit gewoon als een gek te hopen op een glimp van een walvis. En wanneer er dan eentje opduikt, en iets later nog eentje, een dwergvinvis en een bultrug in ons geval, dan ben je plots weer een klein kind dat staat te glimlachen van oor tot oor.

Een bultrug komt even boven water net naast onze boot.

De befaamde IJslandse geisers, nu ook in zee te vinden.

Gouden tip: ga vooral niet de dag ná je boottocht online hun dagelijkse ’whale journal’ lezen uit nieuwsgierigheid. Als je leest dat de dag erna een bultrug uit het water is gesprongen (!) op een tiental meter voor de boot, dan ebt je enthousiasme over die zo-ook-wel-ongelooflijke ervaring ineens weg en dat is jammer. Niet doen dus.

Hoe een museum over haring de moeite waard is

Rij van Akureyri naar het noorden, naar de dorpjes Dalvík, Olafsfjörður en Siglufjörður. Het is de moeite om in alledrie de dorpjes even te stoppen en een ommetje te maken.

Een schip op het droge in Olafsfjörður in het noorden van IJsland.

Stilleven in Olafsfjörður.

Vooral tussen Dalvík en Olafsfjörður heb je een prachtig zicht over de baai.

Zicht over de baai van Akureyri en besneeuwde bergtoppen in het noorden van IJsland.

Zelfs de wolken zijn mooi in IJsland.

Siglufjörður ligt even noordelijk als Alaska, op amper 40 kilometer van de noordpoolcirkel, en is de mooiste stop. Tussen 1900 en 1970 stond het dorpje bekend voor z’n haringvangst, toen boot na boot de smalle fjord binnenvoer en z’n vangst loste. Er is zelfs een heel museum aan gewijd en tot onze verrassing best een interessant (in 2004 kreeg het een European Museum Award).

De kleurrijk beschilderde voorgevel van The Herring Era Museum in Siglufjörður in het noorden van IJsland.

Het schijnt dat Jommeke behoorlijk jaloers was toen niet hij, maar Jan Haring een eigen museum kreeg.

Síldarminjasafn Íslands of The Herring Era Museum bestaat uit een aantal naast elkaar gelegen gebouwen aan de pier. In het boothuis kan je aan boord gaan van een paar schepen, in het fabrieksgebouw ernaast leer je meer over het verwerken van de haring en daarnaast is het gebouw waar ooit 50 ‘herring girls’ leefden. Alles is zo veel mogelijk zoals vroeger gelaten, inclusief girl crush Cary Grant tegen de muur.

Het interieur van een van de kamers in The Herring Era Museum in Siglufjörður in het noorden van IJsland.

God bless Cary Grant.

Na het noorden van IJsland te hebben verkend, richtten we onze haringvloot naar het westen, naar Stykkishólmur op het schiereiland Snæfellsnes.

Een jongetje loopt weg van een hoge opspattende golf aan het haventje van Biarritz in het Franse Baskenland.

Het Baskenland in de winter: doen of niet?

Onze vluchtroute voor oud en nieuw bracht ons deze keer naar het Baskenland. Een stukje Frankrijk, een stukje Spanje, twee stukjes Europa die ons weinig bekend waren. Uitvalsbasis was het Franse dorpje Sare, vlak bij de grens met Spanje. Sare is ‘un des plus beaux villages de France’, en wordt tijdens de zomermaanden platgelopen door toeristen. Onze lieve gastvrouw Francine gaf toe dat ze het een beetje vreemd vond dat we hier eind december, begin januari de streek wilden ontdekken. Het Baskenland in de winter, doen of niet?

Het kasteeltje van Biarritz met in de achtergrond nevel over de kustlijn van het Franse Baskenland.

Biarritz heeft soms iets van een sprookje.

De stukjes Frankrijk

Biarritz, de ‘mondaine’ badstad die zo niet aanvoelt

Uiteraard trokken we naar Biarritz zodat Jesse nog eens op een surfplank kon staan, maar je kan er ook zonder surfplank gemakkelijk een paar leuke dagen doorbrengen.

Zelfs al is het in de winter te koud om de zee in te gaan, de kustlijn van Biarritz is indrukwekkend. Hoge rotsen in zee, opspattende golven, rotseilandjes (al dan niet met een standbeeld van Maria erop) die met bruggen zijn verbonden aan het vasteland, kasteeltjes, …

Een van de bruggetjes die het strand van Biarritz verbinden met een rotseilandje in de zee.

Via dit bruggetje geraak je tot op een rotseilandje tussen de golven. Niet doen bij stormweer.

In de binnenstad is Biarritz een leuke mix van restaurants en winkels. Het is waarschijnlijk ook zo ongeveer de enige plek in Frans Baskenland waar je een middagje ‘deftig’ kan shoppen. Les Enfants Terribles is zo’n plek waar je een hele tijd kan snuisteren tussen juwelen, kleren, handtassen, kandelaars, schriftjes, … en BTZ Biarritz heeft de coolste sweaters van heel het Baskenland.

Een man duikt in het woelige zeewater bij Biarritz, in het Franse Baskenland.

Nieuwjaarsduik 2.0.

Vegetariërs raden we een (prijzige) lunch bij Miremont aan, waar twee vegetarische quiches op de kaart staan. Je betaalt ook voor het interieur (belle époque van het einde van de negentiende eeuw) maar da’s af en toe ook wel eens leuk. Bij Les Ours Blancs kan je terecht voor een mysterieuze ‘assiette végétarienne’, in ons geval een lekkere soep en risotto.

Aperitief je graag met tapas, volg dan de locals naar Au Comptoir Du Foie Gras, vlak naast Les Halles. Ze hebben punten gescoord bij ons omdat ze meteen een bordje met vegetarische tapas hadden klaar staan. Ook de lokale cider is fantastisch.

Zicht op de haven van het Franse dorpje Saint-Jean-De-Luz in het Baskenland.

De kleine haven van Saint-Jean-De-Luz bij het vallen van de avond.

Uitkijken over de kliffen in Saint-Jean-De-Luz

Saint-Jean-De-Luz is een heel gezellig dorpje aan zee, tussen Biarritz en Hendaye. Je kan een heel eind langs de dijk wandelen, tot aan de heuvel met een prachtig uitzicht over de zee, de golfbrekers, en een kleine kapel die een vuurtoren blijkt te zijn. Op de heuveltop heb je rechts een mooi zicht op de kliffen. Wel een tikje luguber dat de afrastering overal redelijk hoog is en er her en der bossen bloemen hangen aan de paaltjes. In Saint-Jean-De-Luz lijkt de lokroep van de zee voor sommigen soms te luid te klinken.

Zicht op golfbrekers in de Golf van Biskaje van op een heuveltop bij het Franse dorpje Saint-Jean-De-Luz in het Baskenland.

Hallo, Golf van Biskaje.

Guéthary, the place to be

Guéthary ligt dan weer tussen Biarritz en Saint-Jean-De-Luz, en is de plaats waar ‘het jong volk’ naartoe trekt. We hebben er langs de kust gewandeld en zijn daarna in Bar Basque beland, bar en restaurant in één. Een leuke plek waar iedereen elkaar lijkt te kennen én, hoera, waar er een vegetarisch gerecht op de kaart stond. Toen we terug naar de auto wandelden, hebben we ook eens binnen gekeken bij Le Poinçon, en ook dat zag er een gezellige plek uit voor lunch of apéro.

Een surfer bedwingt de indrukwekkende golven bij Guéthary in Frans Baskenland.

Kustlijnen leveren altijd heerlijk dramatische plaatjes op.

Het Franse binnenland in

Vanuit Sare ben je snel in een heleboel andere al even pittoreske dorpjes zoals Ainhoa en Espelette. Ainhoa is mini, met een aantal mooie oude huizen in het centrum. Espelette is iets groter en trekt altijd wel volk door de specerij espelette, gemalen rode pepertjes. Verwacht in die dorpjes tijdens de winter wel een heel aantal gesloten deuren. Papiertjes op de deur met ‘réouverture en avril’ waren niet uitzonderlijk. De vakbond in Espelette spande de kroon, daar lazen we begin januari ‘réouverture en juin’. Zo halen we de Chinezen nooit in, natuurlijk.

De stukjes Spanje

Bilbao, bekend om dat ene museum

Op meer dan anderhalf uur rijden van Sare ligt Bilbao, meteen de verste dagtrip die we hebben gemaakt. We wilden erheen om het Guggenheim te bezoeken, want voor de rest zei de stad ons weinig. Het is de enige teleurstelling tijdens onze Baskenland-trip geworden. Het gebouw is ontworpen door Frank Gehry, in z’n kenmerkende iconische stijl. De collectie blies ons niet omver, met als triest dieptepunt een hele vleugel gewijd aan de ‘land art’ van Richard Serra. Imposant, tot je beseft dat de hele vleugel gesponsord werd door Arcelor Mittal, en je het gevoel krijgt in een catalogus van staal rond te lopen. Ook voor de marketingkitsch van Koons bleven we nogal koud. Gelukkig was er nog de tijdelijke tentoonstelling van Alex Katz en een fantastische Gerhard Richter.

De leukste Spaanse vibes in San Sebastián

San Sebastián deed deze petits Belges aan home base Antwerpen denken. Er is namelijk een linkeroever, en een rechteroever. Op de linkeroever vind je, in tegenstelling tot in Antwerpen, de meeste actie: restaurants, terrasjes, de winkelstraten, … Op de rechteroever is het allemaal wat minder, maar daar vind je dan weer de meest originele plekjes. Zoals The Loaf. Vlak aan het Kursaal en Playa de La Zurriola vind je deze bakker die ook koffiebar is, en waar je ook zelf kan leren brood bakken én pizza’s maken. Schuin tegenover The Loaf, in het Kursaal, vind je trouwens een leuke kleine designwinkel, Bois et Fer. Loop niet ver van The Loaf ook MINER binnen, een hele coole fietsenwinkel waar je zo een tokyobike wilt kopen.

Het Kursaal in San Sebastián tegen een dramatische wolkenhemel na een schitterende zonsondergang.

Nog een bewijs van kustlijnen en drama: het Kursaal aan het strand van San Sebastián.

In San Sebastián konden we eindelijk nog eens genieten van ‘echt’ vegetarisch voedsel bij Green Break, vlak bij Plaza de la Constitución. Het interieur is een beetje foute boel maar de burrito is heerlijk dus neem ‘m gewoon mee naar buiten en eet ‘m gezellig op op een bankje (dat kon zelfs begin januari nog).

Zoeken naar nationaal park Aiako Harria

We wilden in het Baskenland de natuur opzoeken. Mooie plekjes aan zee genoeg, maar hoe zit het met het binnenland? Je hoeft heus niet altijd in reisgidsen te kijken of blogs te lezen. Op Google Maps zagen we niet ver van Sare een grote groene vlek in het noorden van Spanje: nationaal park Aiako Harria. Francine had er nog nooit van gehoord, wij beloofden dat we verslag zouden uitbrengen. Het park vinden, was niet zo eenvoudig. We reden naar het plaatsje Irún en vonden daar gelukkig een klein pijltje in de juiste richting. Aan de parking beginnen verschillende wandelingen, wij kozen voor de rood-wit-gele, die ons 1 uur en 45 minuten zoet zou houden. Het is bij momenten een redelijk stevige wandeling, bergop, bergaf, tussen boomwortels en over rotsen in een prachtig nationaal park. Tijdens onze wandeling kwamen we niemand anders tegen, buiten een tiental gieren dat boven onze hoofden cirkelde.

Twee gieren cirkelen boven de heuvels van het nationaal park Aiako Harria in het Spaanse Baskenland.

De gieren wisten al sneller dat we niet goed bezig waren met onze wandeling.

Mijn oriëntatie is niet al te best maar na een stevig uur wandelen, geloofde ik to-taal niet dat we na een dik half uur terug aan de auto zouden staan. De hemel was een en al wolk, de wind stak op en dikke regendruppels begonnen te vallen. Na 1 uur en 45 minuten stonden we op de heuvel. Aan een bord, met pijlen, met daarop de afstanden tot de volgende punten. Niks parking dus. Na een luide vloek besloten we om om te draaien en dezelfde weg terug te nemen. Dan waren we toch al zeker dat we na 1 uur en 45 minuten opnieuw aan de parking zouden staan. Gelukkig voor ons sloeg het weer opnieuw helemaal om en wandelden we terug met de zon op ons hoofd. Toch maar goed onze spieren aan het werk gezet die dag.

Zicht op het Baskenland in het noorden van Spanje van op een heuveltop in het nationaal park Aiako Harria.

Poseren is ons ding niet, maar met een sweater met ‘Petit Belge’ op moét het gewoon even.

Dus, het Baskenland in de winter, doen of niet?

Doen, natuurlijk. De kans op goed weer is stukken groter dan in België, de temperatuur haalde zelfs vaak 18 graden. Het is er bijzonder rustig en wandelen in de natuur of dorpjes bezoeken is altijd leuk. We willen in de lente of herfst zeker nog eens terug om een spelletje pelote mee te maken, en om de natuur in volle bloei of herfstkleuren te bewonderen. Hou er wel rekening mee dat we tijdens de kerstvakantie zijn gegaan. Daarna gingen heel wat winkels en restaurants een tijdlang toe. Le Pays basque, réouverture en juin.

De lichtjes van de skyline van Bangkok (Thailand) .

Oud en nieuw in het buitenland

Oudjaar. Wordt het een druk restaurant, een luid café, de dronken massa van de stad, of een stresserend etentje thuis, afwas inbegrepen? Of ben je zoals wij, en stel je jezelf elk jaar de vraag: waar vluchten we nu naartoe? De afgelopen jaren vierden we de start van het nieuwe jaar (en tegelijk de verjaardag van Jesse!) in Thailand, Cuba en Stockholm. Oud en nieuw in het buitenland, wij willen niets anders meer.

Ladies and gentlemen, this is your captain speaking

Enkele jaren geleden brachten we oud en nieuw door aan boord van vlucht BR76 van Amsterdam naar Bangkok. 11 uur stilzitten is hoe dan ook een kwelling, maar ik dacht dat oudjaar aan boord van een vliegtuig wel iets speciaals zou zijn.

Feesthoedjes en champagne voor iedereen, dat was misschien wishful thinking. Maar samen aftellen door de intercom, dat zou toch leuk zijn? Tijdens het opstijgen waren we de ongeduldige Amsterdammers dankbaar die zich niet konden inhouden en al en masse vuurwerk de lucht in schoten.

Na 2 uur vliegen was het middernacht. En er gebeurde … Niets. Zijn het de tijdzones? Ja, die maken het wel lastiger. Hangen we wie weet al ergens boven Rusland? Of switcht de bemanning meteen naar Bangkok time? Daar was het al 6 uur ’s ochtends. Van vluchten gesproken, we hadden nieuwjaar gewoon gemist.

Al waren ze het niet helemaal vergeten.

On behalf of EVA Airways and the entire crew, I’d like to thank you for joining us on this trip. We are looking forward to seeing you on board again in the near future. Have a nice day. Oh, and happy new year.

Een Thaise man wandelt voorbij een tuktuk in Bangkok (Thailand). Het is avond, en de bomen in de achtergrond zijn allemaal kunstig verlicht.

De mooi verlichte bomen in Bangkok brachten ons nog wel in de nieuwjaarsvibe.

In Havana slacht je eerst een varken

Een jaar later. Oudejaarsavond in Havana, Cuba. We logeerden al een paar dagen bij Maria, een schattig oud vrouwtje dat alleen in een prachtig oud huis woont. Met haar zoon Rodolfo hadden we al een aantal keer kennisgemaakt. Hij woont aan de overkant van de straat in een kast van een palazzo. Vervallen tot en met, maar ter grootte van een paleis. Maria nodigde ons uit om die avond samen met haar familie te vieren. Toen Rodolfo ons vertelde dat hij ‘s ochtends vroeg eerst een varken zou slachten voor het feestmaal, sloeg de twijfel in onze veggiehoofden lichtjes toe. Jesse vond echter dat oudjaar dan maar volledig ‘a lo Cubano’ moest en ging mee met Rodolfo. Het beestje werd trouwens gewoon geslacht in een van de kamers van Rodolfo’s palazzo.

’s Avonds kwamen we allemaal samen in de garage van Rodolfo. Zijn vrouw, zoontje Maximiliam, schoonzus, Maria en 2 vrienden deden ons heel welkom voelen. Na wat onwennig gedraai naast kilo’s geroosterd varken, kregen we de eer om als eersten te eten. Er waren namelijk maar 4 bordjes en vorken, en 2 stoelen. Naast het varken waren er een paar schijfjes komkommer en tomaat, bonen en rijst. Na het eten werd de betonnen garagevloer een dansvloer voor de hele familie. Daar stonden we met een verlegen grijns. Kleine Maximiliam kon nog niet eens fatsoenlijk stappen maar dansen, dat lukte prima. Maria, ze kon onze oma zijn, deed ons plots heel houterige petits Belges voelen. Het was een belevenis.

Door de vermoeidheid na dagen rondwandelen in Havana, lagen we om 23 uur al in bed … Om dan om middernacht met een schok wakker te schieten. Het hele huis trilt van boven tot onder. Vuurwerk, kanonnen, geweerschoten! We overdrijven niet, het nieuwe jaar begint in Havana met een indrukwekkend aantal knallen.

Tussen de overdressed hipsters in Stockholm

Oudjaar 2014 zag er dan weer helemaal anders uit, in Stockholm. Op goed geluk belandden we in een Italiaans restaurant, waar iedereen piekfijn gekleed zat te eten. Onthoud 1 ding wanneer je oudjaar viert in Stockholm: je kán je niet overdressen.

Op straat liep iedereen met plastic zakjes met daarin klingelende flessen bier en wijn. Drinken doe je duidelijk best eerst thuis, om het nog een beetje betaalbaar te houden.

Zit je net zoals wij in de wijk Hornstull op het eiland Södermalm, beklim dan de heuvel achter het park Tantolunden voor een goed zicht op het vuurwerk. Ook leuk: om middernacht loeien alle boten in de haven tegelijkertijd.

Sleeënde kindjes in het park Tantolunden in Hornstull op het eiland Södermalm in Stockholm (Zweden).

En op 1 januari is er weinig meer te doen dan te gaan sleeën in het park.

En nu, tussen de Basken!

Op dit moment zitten we in het Baskenland, in een klein dorpje tegen de grens tussen Frankrijk en Spanje. Rijden we naar Biarritz of San Sebastián voor het vuurwerk? Of blijven we in ons afgelegen dorpje, en liggen we waarschijnlijk opnieuw in bed voor middernacht? Wordt vervolgd.

Tips voor een leuke nieuwjaarstrip? Vlucht je ook bij elke verjaardag? Alle hulp voor 2016 is welkom!

Een surfer trotseert de hoge golven van Uluwatu in Bukit, Bali (Indonesië).

Groeten uit Bali: de beste stranden in Bukit

Na de avontuurlijke boottocht van Gili Air terug naar Bali, rijden we naar het uiterste zuiden: Bukit. Een droog en dor schiereiland. Bukit is vooral bekend omdat de Uluwatu-tempel er ligt, hoog op het puntje van een klif. Omgeven door het water. En toeristen. En apen. Onnodig je te vertellen dat we daar dus niet naartoe zijn gegaan. Wel naar een strand of vier.

Padang Padang en Bingin

06.27 uur, wakey wakey! Kleren aan en scooter op. Alle stranden liggen vlakbij, maar je moet ze wel weten te vinden. Ik zie ergens een houten pijl met ‘Padang beach’ en we maken daarvan onze eerste stop. We dalen maar een beetje af en beseffen al snel dat hier niets is. Terug de weg op, naar een brug die uitkijkt over een stuk strand. Padang Padang! Met al heel wat volk in het water. Weer een hele resem trapjes af naar beneden, tussen de aapjes. Het strand ligt heel mooi tussen de kliffen, en is niet heel groot. Je kan er surfplanken, SUP’s en parasols huren, en iets eten of drinken. Of langs het water naar het strand Bingin wandelen, waar surfers hun best doen om de golf ‘Impossible’ te bezweren.

Een Balinees is aan het SUP'pen in z'n sarong bij Padang Padang in Bukit, Bali (Indonesïe). Best cool.

SUP’en in een sarong. Best SUP’er.

Terug op het strand van Padang Padang staan we ineens op een meter van een aangespoelde dode schildpad. Het beestje moet nog maar net dood zijn. Het is een enorm triestig zicht. Een paar dagen geleden zwommen we nog tussen die beestjes. Nu ligt er hier een dood, tussen de mensen op het strand.

Een surfer op de golven van Padang Padang in Bukit, Bali (Indonesië) en een jonge Balinees.

Dude, you call that a wave?

Blijf je uit de zon, in de schaduw van de klif, dan zit je tussen de Balinezen. Het is zondag en dat is duidelijk het moment waarop de lokale families met hun vrienden een uitstapje naar het strand maken, compleet met uitgebreide zelfgemaakte maaltijden en offertjes.

Uluwatu, de plek met het mooiste uitzicht

Uluwatu. Een mythische plek voor elke surfer, een simpelweg prachtig gelegen strand voor de niet-surfers onder ons. De klif bij Uluwatu leent zich perfect om die surfers te bekijken. Hier zijn de golven bijna altijd hoog en het rif altijd gevaarlijk dichtbij. Niet voor beginnende surfers. Tegen de rotsen zijn veel warungs en terrassen gebouwd, plekjes met een fantastisch uitzicht op de golven onder je. Er ligt zeker 50 tot 60 man in het water. We spotten plots ook een doejong in het lage water! En wij maar denken dat die beesten alleen rond Florida leven. Nee hoor, ook hier, and we spotted one.

Een doejong, of zeekoe, in het ondiepe water van Uluwatu in Bukit, Bali (Indonesië).

Een zeezoogdier dus. Maar geen walvis. Met een slurfje. Maar geen olifant. En vinnen. Maar geen zeehond. Een doejong dus.

Ik heb de zware taak om fotografisch bewijs te leveren dat Jesse in Uluwatu heeft gesurft. Dat betekent dus een uur door de lens van de camera turen, want als hij die ene zotte golf heeft, and I wasn’t ready, dan is dat wel heel sneu (zacht uitgedrukt). Hij heeft er een goeie! Maar een andere surfer heeft ‘m net ietsje sneller en aloude surferetiquette legt dan op dat je zelf uit de golf moet. Toeme. Hij moet terug zien te geraken naar de beste plek in de zee wanneer een enorme golf dichtklapt en Jesse meesleurt. Ik maak me niet echt zorgen. Dat hoort erbij, hij heeft zo nog al wel wat klappen van het water gekregen. Een paar golven later heb ik het bewijs dat ik nodig heb.

Jesse aan het surfen in de golven van Uluwatu in Bukit, Bali (Indonesië).

Bucket list. Check!

Vlak daarna zie ik hem naar de kant peddelen. Nu ben ik in de war. Er is nog net geen uur voorbij en hij zou er 2 uur in liggen. Dan moet ie pijn hebben, anders zou hij nooit uit het water gaan. Ik ga snel alle trapjes af naar het water en ja, een heel pijnlijke rechterpols. Tijdens die ene golf heeft hij zich te krampachtig aan z’n plank vastgehouden om niet op het koraal gegooid te worden. Het is een beteuterde Jesse die terug aan land komt. “Niks goed gepakt. Die eerste golf was echt perfect, maar die andere gast was eerst.” Beetje teleurstelling. Ik ben al lang blij wanneer hij naar de foto’s kijkt en zegt “oh, deze was toch nog een beetje oké”. Yes, mission accomplished.

Een man in de branding bij de kliffen van Uluwatu in Bukit, Bali (Indonesië).

Dit zicht. Met een Bintang-biertje in de hand.

Any place with a view will do

De hoogstgelegen bar op de klif is Single Fin. Half Uluwatu trekt richting die hotspot voor hun ‘Sunday session’. Veel kunnen we er niet over vertellen, want we vertrokken steeds terug naar huis vlak na de zonsondergang. Te oordelen naar het volk dat dan richting Single Fin trekt, hebben we niets gemist. Denk opgedirkte Aussie girls en patserige sixpacks, nog heel even verstopt onder marcellekes. De terrassen onder Single Fin hebben trouwens dezelfde Bintang koud staan, voor minder rupiah en een even mooi uitzicht op de zonsondergang.

Een prachtige zonsondergang boven de zee bij Uluwatu in Bukit, Bali (Indonesië).

Dit zicht. Mag ik nog een Bintang?

Nyang Nyang, 600 treden op en af

In Bukit logeren we bij Carlos, een joviale Spaanse schilder van 64 die al 30 jaar in Bali woont. Op zijn getekende plannetje staat Nyang Nyang, zijn eigen “secret beach”. Dat moeten we vinden. Volgens Carlos moet je 600 treden trotseren om tot bij het strand te geraken, maar beneden is dan ook niets dan ongerept strand. We hebben onderweg een vriendelijke Balinees nodig om ons op het juiste spoor te zetten. Of beter, op een waanzinnig slechte dirt road. De scooter botst een paar keer hard met de grote stenen op het weggetje (hopelijk leest de verzekeraar niet mee). Na een tijdje komen we bij de stenen trap naar beneden. Gevonden! Het is bloedheet. De afdaling is mooi, met een gouden zandstrand en de turkooizen zee in de diepte. Eenmaal beneden is er gelukkig een klein plekje schaduw, onder de bamboe en bomen. Het is er wel echt prachtig.

Een klein plekje schaduw onder de bamboe en bomen op het strand Nyang Nyang in Bukit, Bali (Indonesië).

530 trappen tot de eerstvolgende Bintang.

We zien welgeteld 4 andere toeristen en een visser. Hij weet in 1 zin te zeggen hoe simpel het goede leven kan zijn: “Als ik 5 vissen vang, is het oké voor vandaag.” Niets meer, niets minder. Voor de rest is er niemand, en het strand loopt ver door. Het laagtij maakt de mooiste getijdepoelen. We laten onze flipflops liggen op het strand en maken een wandeling, rapen schelpen, spotten heremietkreeften, zee-egels, zeeslakken, vogels, visjes, … Het is een mooi ongerept stukje natuur maar alleen voor wie van zon houdt. Het stukje schaduw is maar klein, en je kan er geen drank of eten kopen, of een parasol of ligbed huren, want er is niets. En daarvoor moet je zijn. Dat, en die trappen terug naar boven. We hebben ze geteld (om niet te hard aan de hitte te denken) en het zijn er 530. De brandende zon telt wel voor 70 treden meer.

De 530 trappen die je naar het strand Nyang Nyang in Bukit, Bali (Indonesië) moet doen, zijn in de hitte best een opgave. Gelukkig is er heel wat moois te spotten op het strand, zoals zee-egels.

Meer trappen dan de Boerentoren of kathedraal van Antwerpen.

Het beste eten van Bukit

Onze aanrader is Bukit Café, dat onderweg naar Padang Padang aan de kant van de weg ligt en meteen opvalt door z’n mooie interieur. We zijn er gaan ontbijten (yoghurt parfait, pannenkoeken, eitjes) en lunchen, en het was altijd even lekker. En: goede koffie. De zaak is van een Australisch-Braziliaans koppel. We beginnen zelf ook te dromen. Recht tegenover Bukit Café staat een stuk land te koop. Het is snel rekenen tussen rupiah en euro, en hoe ons leven er dan zou uitzien. Zou het niet zalig zijn? Het koppel dat de zaak runt, zit ook op het terras, met fameuze bitchy resting faces. Ongelukkig zijn kan je dus overal, zelfs in het paradijs.
Wij leunen nog even achterover en drinken van onze kokosnoot. No bitchy resting faces to be found here.

Een meisje aan het dobberen met haar snorkel in het blauwe water rond het eilandje Gili Air (Bali).

Groeten uit Bali: te land, ter zee en Gili Air

We keken enorm uit naar onze dagen op Gili Air. Een paradijselijk eiland, de rust zelve, én een schildpad-hotspot. In mijn hoofd lagen we ofwel op het witte strandzand, ofwel in het helderblauwe water, te zwemmen tussen visjes en schildpadden. En dat was er bijna ‘boenk op’.

Een meisje aan het dobberen met haar snorkel in het blauwe water rond het eilandje Gili Air (Bali).

Mijn beste schildpad-impressie.

This must be underwater love

Veruit de beste snorkelspots bij Gili Air zijn helemaal ten noorden van het eiland, en helemaal ten zuiden.

Hoe verder je naar het noorden wandelt, hoe verlatener de stranden worden. Het water is er ongelooflijk helder, veel helderder dan het water aan de oostkant van het eiland. Wat een prachtige onderwaterwereld. Heel veel verschillende soorten vissen en heel wat koraal. Ik speur naar schildpadden. Ze zijn meesters in het camoufleren tussen stenen, koraal en zand. Stel je voor dat we er al eentje voorbij gezwommen zijn … Ik probeer me zelfs in te beelden waar ik zou zitten, moest ik een schildpad zijn. Plots begint Jesse te zwaaien en roepen naar mij. “Schat! Hier!” Ik zwem snel naar hem en kijk naar beneden. Een waanzinnig grote schildpad zit te grazen in het ondiepe water. Vlak onder ons. Ik schrik er zo van dat ik me bijna verslik in m’n snorkel. Het is waanzin! We kunnen er zo dichtbij blijven. De schildpad komt boven om adem te halen en wij doen hetzelfde. We zwemmen op een meter van het prachtige dier. Dit is zo cool. Schildpadden zijn de reden waarom we op Gili Air zijn, en we hebben er maar drie korte snorkelsessies voor nodig gehad.

Een pracht van een schildpad in het ondiepe blauwe water rond het eilandje Gili Air (Bali).

Dream come true.

Ik weet niet hoe lang we bij de schildpad blijven. De koude doet me na een tijdje rillen maar dat doet me even niets. We zwemmen mee richting het diepere water en duiken af en toe om hem of haar van wat dichterbij te bewonderen. Onze schildpad duikt nog wat verder het diepe in. We kunnen nu niet meer volgen. Ik blijf nog een tijdje dobberen aan het wateroppervlak, pal boven hem. Tot Jesse me komt halen. “Komaan schat. Voor je volledig onderkoeld bent.” Dag schildpad. Je bent echt het mooiste beest ooit.

Snorkelen ten zuiden van het eiland is niet zo gemakkelijk. Je kan je nog het beste per boot achter de golven laten droppen. Het is wel een prachtige plek. Het rif heeft veel koraal waar je tussen kan zwemmen, en veel hoekjes en kantjes en ‘grotten’ om naar mooie vissen te speuren. We zien er een paar soorten die we nog nergens anders zijn tegengekomen.

Oranje-witte gestreepte vissen zwemmen langs ons heen in het water rond Gili Air (Bali).

Omsingeld.

De grote scholen kleine zilveren visjes zijn ook zo leuk. Je hebt vaak niet door dat ze er zijn tot je er middenin aan het zwemmen bent.

Een grote school kleine zilveren vissen voor het eiland Gili Air bij Bali (Indonesië).

Jesse was nooit echt zot van school, tot hij deze zag.

Best wel handig

  • Wees een vroege vogel. Je ritme verandert op Bali toch. Wij begonnen onze dagen voor 7 uur en sliepen meestal voor 22 uur. In de vroege ochtend is het licht heel mooi en heb je de riffen helemaal voor jezelf.
  • Snorkels en flippers huren kost je hier niets dus het is niet nodig om er van thuis mee te nemen. Tenzij je echt heel vies bent van de gedachte dat die snorkel misschien al wel in 100 andere monden heeft gezeten (gewoon niet aan denken).
  • Draag zwemvliezen. Je ziet nog veel meer moois als je niet alleen aan het wateroppervlak blijft, maar ook naar beneden kan duiken om tussen het koraal te speuren. Met zwemvliezen heb je ook een stuk minder kans om met een zee-egel tussen de tenen weer naar het strand te hinkelen.
In het ondiepe water rond het eiland Gili Air (Bali) liggen de zee-egels op de loer.

Wat is er met je? De laatste tijd ben je zo prikkelbaar?

Lekker. Echt lekker.

Wil je lekker Indonesisch eten, ga dan langs het strand richting het noorden naar Santay. Nasi en mie goreng met tofu, krupuk van tapioca, nog een banana pancake en je hebt een decadent maal.

Coffee and Thyme is een leuke lunchplek, vlak aan de haven. We zijn er waarschijnlijk wel 10 keer voorbijgewandeld. Het zou perfect ergens in een Europese grootstad passen, met veel aandacht voor design en een menukaart die niet gewoon een gelamineerde A4 is. De green club is onze aanrader, een sandwich met waterspinazie, feta, tomaat, een spiegeleitje, pesto, … En goede koffie.

We zijn dan wel petits Belges, qua eten zijn we ook graag piccoli Italiani. Op zoek naar een goede pizza dus. Die vind je bij Classico Italiano, waar echte Italianen voor de houtoven staan. Het is een populaire plek, maar je kan altijd even wachten in de tuin.

De uitdagende kantjes van Gili Air

Waar blijf je met afval?

Mijn eerste gevoel toen we van de fast boat stapten, was niet super. In de ‘haven’ van Gili Air lijkt er voornamelijk een gigantische hoop afval te liggen, en ook langs de weggetjes liggen veel papiertjes, plastic, snoepwikkels, flesjes, … Niet het paradijselijke beeld dat je in je hoofd hebt. Het is pas de dagen erna dat je ziet dat er wel degelijk heel wat inspanningen gebeuren. Sommige mensen doen niets anders dan afval sorteren en boten vol afval vertrekken vaak naar het vasteland.

Een man wandelt met z'n gevangen vissen tussen de spelende kindjes door naar huis op Gili Air (Bali).

Catch of the day.

Af en toe een stroompanne, best gezellig

Stroompannes horen er ook bij. Wij hebben er twee meegemaakt. Sommige winkels, hotels en restaurants (voornamelijk die aan het strand) hebben een generator, maar het eiland is tijdens een stroompanne toch grotendeels in het donker gehuld. Warungs moeten het met ledlampjes op zonne-energie doen (prima idee hier), en koken met kaarsen in de keuken. De eilanders zijn het wel gewend. Stroompannes komen het vaakst voor in het regenseizoen, ’s ochtends en duren ongeveer een half uur. Bij ons was het nog geen regenseizoen, avond, en duurden ze bijna 4 uur.

Palmbomen op het strand van Gili Air (Bali) bij zonsondergang. De hemel kleurt blauw, paars, roze.

Mocht er iemand een cd-hoes zoeken voor liftmuziek …

Bouwwoede

’s Avonds, terwijl wij langs het water aan het eten zijn, zien we hoe een boot met zakken cement gelost wordt. Op een paar meter van ons lopen een tiental vrouwen in en uit het water met een zak cement op hun hoofd of in hun armen. En dat een stuk of vijftig keer na elkaar. Het lijkt wel of elke boot cement komt lossen. Dat, of drank. De populariteit van de Gili’s heeft geleid tot een heuse bouwwoede en overal zie je eco-resorts in opbouw. We snappen het wel, maar we hopen dat er ook nog wat palmbomen overeind blijven.

Van en naar Gili Air, hemels of zeiknat

Wij namen in Padangbai de fast boat naar Gili Air, en hebben echt genoten van de boottocht. Op het dak, in de zon, met een kalme zee. Het kan ook anders.

De zee rond het eilandje Gili Air (Bali), met heel wat vissers op een rijtje in het water.

’t Zeetje, weh.

“It’s bumpy today”

De boottocht naar Gili Air kon niet harder verschillen van de boottocht terug naar Bali. Terwijl we ons opnieuw helemaal vooraan op het dek bovenaan nestelen, zegt iemand van de bemanning “It’s bumpy today”. We wachten het wel af en denken dat we nog altijd binnen kunnen gaan zitten als het te erg wordt (fools we are!). We willen naar Uluwatu in het uiterste zuiden van Bali, dus het wordt een veel langere boottocht naar Serangan. Het weer is zalig. We wiegen een beetje op en neer, maar ‘bumpy’? We zien vliegende vissen (die echt best lang kunnen vliegen) en dolfijnen. En dan. De wind steekt op, de golven worden ruwer en spatten op op het dek. Douchen vanochtend was niet nodig. We krijgen heel wat golven in ons gezicht en proberen een beetje naar achteren te schuifelen. Veel verder moeten we echter niet gaan want iedereen die achteraan zit, krijgt het ergste te verduren en is al doorweekt. We twijfelen. Naar beneden en naar binnen, of niet? Misschien is het wel zo gedaan, en ergens is het ook wel een beetje plezant? Maar dan moet het ergste nog komen. We krijgen de volle laag en zijn doorweekt. Naar beneden gaan is geen optie meer, nu kan je dat gladde laddertje echt niet meer af. Wanneer we in de haven van Serangan aankomen, zijn we tot op het bot verkleumd. Helemaal nat nemen we afscheid van de onderwaterwereld.

Een zicht op de berg Batukaru in Bali van in de rijstvelden rond het dorpje Marga.

Groeten uit Bali: rijstvelden en tropisch woud

‘Ergens rond Mount Batukaru.’ Het plan was om daar het strand en de oceaan van Canggu even te ruilen voor tropisch woud en rijstvelden. Het werd het dorpje Marga. Klein, omringd door rijstvelden, en met de liefste dorpsbewoners ooit (sorry Bevergem).

Lachende, prachtig geklede mensen in het dorpje Marga in Bali.

Koppie?

Everyday life in Bali

Het leven van een Balinees draait voor een groot deel rond het hindoeïsme. Overal zie je kleine offers: voor huizen, in restaurants, winkels, op het strand, in zee, … Van elke maaltijd die je klaarmaakt, hoor je een klein beetje te offeren aan de goden. Elk huis heeft zelfs z’n eigen tempel, waar vaak eigen goden aanbeden worden. Naar sommige ceremonies wordt maanden vooraf toegeleefd, met immense voorbereidingen door het hele dorp of de hele regio.

Ook in Marga. Het is druk rond de tempel van het dorp. Over een maand vindt een grote ceremonie plaats en de voorbereidingen zijn volop bezig. Jongens repeteren een lied op hun instrumenten, onder het goedkeurende oog van hun ouders en giechelende zusjes of vriendinnetjes. Giechelen doen ze zeker wanneer wij, bleke Belgen, in de buurt komen. Een paar mannen wenken ons vriendelijk, als teken dat we de tempel ook binnen mogen. Toch een beetje lastig, we zien niet meteen een sarong die we kunnen lenen en iedereen ziet er zo piekfijn uit. Vanuit de opening van de tempel luisteren we naar gezangen waar we geen woord van verstaan.

Jongens maken muziek voor de tempel van Marga (Bali) terwijl hun mama's goedkeurend toekijken.

Chick magnets.

Links naast de tempel gaat een klein weggetje al snel over in een stenen trap die steil naar beneden gaat. We krijgen een prachtig zicht op een verborgen riviertje. Aan de overkant ervan begint de jungle. Gigantische palmbomen en bamboe sieren de oevers. De zon staat al laag maar schijnt nog op de toppen van de hoogste palmen. We willen het wel, maar dat zicht krijg je toch niet vastgelegd op foto.

Een zicht op de berg Batukaru in Bali van in de rijstvelden rond het dorpje Marga.

Als iedereen de hele dag offert, staat de arme Radjanan er alleen voor op z’n rijstveld.

Aan de overkant van de straat, achter een paar rijen huizen en nog meer woud, beginnen de rijstvelden. Het begint frisser te worden. Er zijn heel wat mensen aan het werk. Ze zeggen hallo wanneer we langs wandelen, zwaaien enthousiast en beginnen tegen ons te praten in het Indonesisch. Zo jammer dat we er echt niets van verstaan. Zwaluwen en reigers vliegen af en aan.

Pura Luhur Batukaru, op een magische berg

Op ongeveer een half uur rijden van Marga ligt een van de belangrijkste tempels van Bali: Pura Luhur Batukaru, op de berg Batukaru (of Batukau). Op Bali zijn er 9 grote, belangrijke tempels. Ze zijn allemaal gebouwd op strategische plaatsen, om het eiland te beschermen tegen het kwade. De rit naar de tempel doet ons helemaal in een andere sfeer belanden. Het klimaat verandert met elke hoogtemeter. De temperatuur daalt, wolken doen de hemel dichttrekken en er zet nevel op. De toegangsweg is een lange rechte lijn naar de tempel. Prachtig.

De toegangspoort tot de tempel Pura Luhur Batukaru op de berg Batukaru, niet ver van het dorpje Marga in Bali.

Die rok is een sarong. Ja, ook Jesse had er zo eentje aan. En nee, daar zijn geen foto’s van.

Een hindoeïstische tempel bestaat uit een heel aantal verschillende delen, waartussen je zelf op ontdekking kan gaan. Stukken zijn bedekt in mos, en het hele bouwwerk lijkt wel één met het tropisch woud. Wandelpaden leiden tot in het woud. We hebben de tempel zo ongeveer voor ons alleen. Je hoort alleen het geruis van bladeren en de geluiden van vogels en krekels. Op een tiental meter afstand kijken we recht in de ogen van een grote aap. Om dan maar snel voort te wandelen. Het is niet moeilijk om te begrijpen waarom Pura Luhur Batukau zo belangrijk is voor de Balinezen.

Een aapje dat we rond Marga in Bali zijn tegengekomen en het prachtige patroon van palmbladen.

Monkey see, Belgians flee.

De rijstvelden van Jatiluwih

Onderweg naar huis rijden we langs Jatiluwih, waar het ene rijstveld naast het andere ligt te smeken om gefotografeerd te worden. Hier moet je zijn voor de typische postkaart-prentjes. Panorama’s van rijstvelden, omringd door smalle wegen en palmbomen. Langs de kant van de weg zie je jack fruit, cacaobonen en ananassen. Of zoals onze chauffeur Agus het zegt: “Je steekt hier een tak in de grond en er komt een boom uit”.

Een zicht bij zonsondergang op de prachtige rijstvelden rond Jatiluwih in Bali.

Bekend van de Bart Kaëll-hit ‘Duizend terrassen in Jatiluwih’.

Wanneer de avond valt, horen we plots overal gezang. Agus vertelt dat het een gewoonte is die de Balinezen hebben overgenomen van de moslims en hun oproep tot gebed. De Balinezen houden het bij 3 gezangen per dag. Als hindoes zijn ze buitenbeentjes in Indonesië, het land met het grootste aantal moslims ter wereld. De verschillende religies op het eiland leven zonder problemen samen. Na de aanslagen van 2002 en 2005 in en rond Kuta, waarbij meer dan 200 doden vielen, zijn er geen spanningen geweest nadat bleek dat de daders moslims waren. Nog steeds vindt er elk jaar een herdenkingsceremonie plaats, waar alle religies aan meedoen. Misschien zelfs ook die 5 katholieke families die een kerk hebben in het plaatsje Wongayagede. (Yup, 5. We hopen dat het hier oké is om buiten je religie te trouwen.)

Allemaal beestjes

Het is al donker wanneer we terug thuis zijn. De warung aan het einde van onze smalle straat maakt de lekkerste nasi goreng. We zetten ons op een bankje op ons terras dat uitkijkt over het woud. Vleermuizen vliegen af en aan. Een gigantische gifgroene wandelende tak zit op de balustrade. Gisteren konden we zelfs een tijdje een grote leguaan volgen die van boom naar boom sprong. Onze kamer is half open, zoals bijna alle huizen in Bali. Wat een verschil met thuis, waar we allemaal zo afgesloten leven, van elkaar, van buiten. Hier hoor je de hele tijd geluid rondom je, getrippel op het dak, naast het raam, in de badkamer (die ook open is, waarom muren zetten als het toch het hele jaar 30 graden is). Sta er niet te veel bij stil, en val in slaap tussen de vogels, eekhoorns, gekko’s, en andere beestjes.

Een vliegende hond, een gigantische veelkleurige mot en een gigantisch blad. Bali is een plaats van extremen.

Batman. Butterflyman. Plantman. (Niet de meest succesvolle franchise ooit.)

Met een beetje tegenzin pakken we ons boeltje en gaan we richting het eilandje Gili Air. We wisten toen nog niet dat we op élk plekje van Bali verliefd zouden worden. Een hint: schildpadden!