Year: 2016

Een paar tropische planten, een blauw geschilderde gevel, en een uitzicht. Een van de vele charmante hoekjes in Alte in de Algarve (Portugal).

48 uur lente in de Algarve

Lente in de Algarve, en 48 uur om daarvan te genieten. Niets voorbereid, geen reisgids mee. Op goed geluk op ontdekking! Zaterdag marktdag in Loulé In het gezellige stadje Loulé (dat spreek je uit als Lolé) is het elke zaterdag markt. Begin april was het er niet echt een drukke bedoening, maar in de zomermaanden trekken er blijkbaar busladingen toeristen naartoe. Dat is misschien een tikje overdreven, want het leek ons eerder een ‘gewone’ markt. Fruit, groenten, kaas, geborduurde keukenhanddoeken, vers gevangen vis … Niets om van achterover te vallen (tenzij in die hangmat die je er op de kop tikte) maar rondslenteren op een markt is altijd wel leuk. Zoek je wat verkoeling, dan is de kleine Jardim dos Amuados een fijne plek om even op een bankje onder palmbomen en ander tropisch gebladerte te zitten. Fans van oude kerken en forten weten hier ook wat te doen. De zaterdagmarkt gaat trouwens door tot in de smalle straatjes van het oude stadsgedeelte, met kraampjes met artisanale confituur en ambachtelijk gemaakte spulletjes. Albufeira, best links laten …

Een grote vitrinekast vol opgezette vogels in museum La Specola in Firenze (Italië).

2 atypische musea die je niet mag missen in Firenze

Firenze in la bella Italia. Waar je naartoe gaat om door smalle straatjes te slenteren, om gelato te eten op charmante piazza’s, en om naar Michelangelo’s David of de Ponte Vecchio te staren. Dat vinden wij ook allemaal prima, maar we zijn er ook naar 2 topmusea gegaan: La Specola en Museo Novecento. En die zijn heus niet alleen op een regenachtige dag de moeite. La Specola: dieren (en mensen) uit lang vervlogen tijden In tegenstelling tot de bekendste cultuurpareltjes van Firenze wordt La Specola niet bezocht door een massa toeristen. Toch moet je maar een stukje verder wandelen dan het Palazzo Pitti en de Giardino di Boboli, naar Via Romana 17. La Specola is een historisch zoölogisch museum en een van de oudste en grootste wetenschappelijke musea van Europa. Het opende de deuren in 1775, en zit vandaag nog steeds in hetzelfde gebouw. Best oldschool dus. Je krijgt er meer dan 5000 dieren te zien, opgezet en op sterk water. En dat is nog maar een fractie van hun collectie, die het gigantische aantal …

Een zicht op weg 395 onderweg van Yosemite naar Death Valley in Californië (USA).

Eyes on the road dear: altijd onderweg

Onderweg zijn. Uit het kleine vliegtuigraampje kijken naar de wolken, de bergen, de zee. Wandelen van de ene kant van de stad naar de andere, over kruispunten, langs huizen, naast mensen. Uitkijken over de golven en speuren naar de horizon. Landschappen naast je zien voorbijglijden. Stoppen. Kijken. Altijd onderweg. Roadtrippin’ in de USA Wie ‘roadtrip’ zegt, zegt ‘USA’. In Californië en Nevada kom je het ene weidse vergezicht na het andere tegen, dikwijls met een heerlijk desolate weg voor je. Of het nu in Big Sur is met z’n nevel en mist, onderweg van Yosemite naar Death Valley in een open vlakte vol lage struikjes of in Death Valley zelf met z’n kale heuvels. Sharing is caring in Cuba Geen gps, (bijna) geen pijltjes of duidelijke borden. Schaarse stopplaatsen langs de kant van de weg die je het liefst snel wil vergeten. De weg delen met ossenkarren, mannen te paard, fietsende kindjes en voetgangers. En tóch is onderweg zijn in Cuba een plezier. Je moet de weg wel delen, maar dan nog is het nooit …

Een Thaise man is een kleine boot aan het herstellen op het eiland Koh Yao Noi (Thailand).

Koh Yao Noi ahoy!

Koh Yao Noi, ‘klein lang eiland’, heeft z’n naam niet gestolen. In het midden van de baai van Phang Nga, tussen Phuket en Krabi, vind je een plaatsje dat de laatste decennia waarschijnlijk niet veel is veranderd en nog helemaal ‘echt’ aanvoelt. Zo echt dat we ons afvragen of we dit wel met onze miljoenen lezers mogen delen. Om er te geraken, vlogen we van Chiang Mai naar Phuket. Van Phuket zagen we enkel de luchthaven. Meer hoefde niet. Van Phuket gingen we met de speedboot naar Koh Yao Noi, zittend tussen Thai die op het vasteland net een gigantische hoeveelheid inkopen hadden gedaan. Onderweg trok de hemel dicht en leerden we al snel hoeveel schuilplaats tegen de regen er is op een speedboot (geen). Fietsen, wandelen, zwemmen, lezen Koh Yao Noi verken je best met de fiets. Je rijdt langs rijstvelden, rubberplantages en palmbomen. Wandel richting het water en zie hoe vissers hun boten herstellen. Neem een duik in de zee, of schommel op het strand. Lees een boek onder een palmboom. Ga een dagje mee …

Een schip op het droge in Olafsfjörður in het noorden van IJsland.

Het noorden van IJsland: zwavel, walvissen, en haring

Als Vík de ideale uitvalsbasis is voor het zuiden, dan is Akureyri dat voor het noorden van IJsland. Akureyri is na Reykjavík de grootste stad van het land maar met 18.000 inwoners bruist het niet bepaald van vertier. Wel leuk: eindelijk nog eens een plek met meer dan één restaurant! Lekkers in Akureyri Te & Kaffi (Hafnarstræti 91-93) is een gezellige koffiebar annex boekenwinkel waar je gerust een uurtje kan rondhangen, dat waren we sinds Reykjavík niet meer tegengekomen. Ook Restaurant Múlaberg in Hótel KEA krijgt een eervolle vermelding. We wandelen niet snel een restaurant in een hotel binnen, maar een vegetarische burger op het menu (die dan ook nog eens heel lekker is) blijft iets opmerkelijks in IJsland. Wie durft de geur van zwavel aan? Kom je van het oosten van het land en rij je richting Akureyri, stop dan even bij Hverir. Het water dat in IJsland uit de kraan komt, heeft altijd een beetje de geur van rotte eieren, maar bij Hverir kijk je de zwavelbronnen rechtstreeks in het stinkende aangezicht. IJsland is simpel …

Een jongetje loopt weg van een hoge opspattende golf aan het haventje van Biarritz in het Franse Baskenland.

Het Baskenland in de winter: doen of niet?

Onze vluchtroute voor oud en nieuw bracht ons deze keer naar het Baskenland. Een stukje Frankrijk, een stukje Spanje, twee stukjes Europa die ons weinig bekend waren. Uitvalsbasis was het Franse dorpje Sare, vlak bij de grens met Spanje. Sare is ‘un des plus beaux villages de France’, en wordt tijdens de zomermaanden platgelopen door toeristen. Onze lieve gastvrouw Francine gaf toe dat ze het een beetje vreemd vond dat we hier eind december, begin januari de streek wilden ontdekken. Het Baskenland in de winter, doen of niet? De stukjes Frankrijk Biarritz, de ‘mondaine’ badstad die zo niet aanvoelt Uiteraard trokken we naar Biarritz zodat Jesse nog eens op een surfplank kon staan, maar je kan er ook zonder surfplank gemakkelijk een paar leuke dagen doorbrengen. Zelfs al is het in de winter te koud om de zee in te gaan, de kustlijn van Biarritz is indrukwekkend. Hoge rotsen in zee, opspattende golven, rotseilandjes (al dan niet met een standbeeld van Maria erop) die met bruggen zijn verbonden aan het vasteland, kasteeltjes, … In de binnenstad …